Bart (19), schizofrenie

Niets aan de hand. Ik was een gemiddelde leerling, had veel vrienden en ging vaak uit. Maar toen ging het langzaam mis: ik was zestien toen ik allerlei vreemde gedachten kreeg waardoor ik me niet meer goed kon concentreren.

Ik raakte verward als ik bij meer mensen tegelijk stond, ik hoorde alle gesprekken even hard en wist niet hoe ik al die informatie moest verwerken. Het werd zo erg dat ik niet meer naar school wilde. Toen besloot ik voortaan uit de buurt van mijn klasgenoten te blijven. Het hoekje in de fietsenstalling werd tijdens de pauzes mijn vaste honk.


Zodra ik thuis was, sloot ik me op in mijn kamer, waar ik urenlang computergames speelde. Mijn kamer opruimen deed ik niet meer. Ook eten vond ik niet belangrijk. En zelfs op verjaardagsfeestjes zat ik boven in mijn hok.


Ik voelde me veilig, totdat ik te horen kreeg dat ik zou blijven zitten. Ik raakte in paniek en ging meer blowen dan ik al deed. Toen ging het snel. Ik was in mijn eigen sciencefiction wereld beland: een psychose.


Ik was toen net zeventien en volledig overtuigd dat ik onze planeet moest redden van de ondergang. Ik waande me Darth Vader, niet in Star Wars, maar op aarde en in een groot gevecht met een onzichtbare vijand.  Ik was bang voor alles en iedereen om me heen. Ik had het idee dat iedereen onecht was en betrokken bij een complot om mij te vernietigen. Ook wist ik zeker dat ik overal in de gaten werd gehouden door geheim agenten en dat ze ons thuis afluisterden. Alles was verdacht.


Vanaf dat moment zwierf ik onder schooltijd uren over straat. ’s Avonds ging ik dan weer naar huis, omdat mijn ouders niets mochten weten. Ze zouden me verraden, zeiden de stemmen in mijn hoofd. De bom barstte uiteindelijk toen ik de opdracht kreeg de afluisterapparatuur uit te schakelen. Ik moest alle elektriciteitsdraden doorsnijden, want anders… Ik deed het. En toen mijn ouders de enorme ravage zagen, belden ze de crisisdienst. Ik was een gevaar voor hen en mijzelf geworden.


In de kliniek kreeg ik antipsychotica toegediend, waardoor mijn wanen minder werden. Pas na vier maanden mocht ik naar huis. Ik voelde me leeg, ik was futloos en wilde alleen nog maar slapen. Naar school, dat ging niet meer. Dit is nu ongeveer een jaar geleden. In de tussentijd ben ik bijna weer een keer doorgedraaid, omdat ik mijn medicijnen niet meer nam. De psychiaters zeggen dat ik aan schizofrenie lijd.
Het blijft onwerkelijk: ik moet nu accepteren dat ik een ongeneeslijke wond in mijn hoofd heb, en dat valt zwaar.

 

Lees meer over schizofrenie.

 

 

‘Ze zouden me verraden, zeiden de stemmen in mijn hoofd.’

Fonds Psychische Gezondheid VSB Fonds